Column Charlotte Beumer - oktober 2018

Laboratorium

Ooit, jaaaaaren geleden, was ik eens met een vriendin van me op de kermis. Daar was een spookhuis waarin levende mensen rondliepen met als doel om je de tandjes te laten schrikken. Mijn vriendin zei op vertrouwelijke toon dat ze er niet in durfde. Ik, blij dat ik niet het enige mietje was, gaf ook mijn angst volmondig toe.
Onze motivaties verschilden echter nogal.


Zij liet het spookhuis niet links liggen uit angst, maar omdat ze, and I quote: “bang was dat ze van de schrik keihard zo’n gast voor z’n bek zou slaan.”
Een tikje flabbergasted moest ik lachen, en toegeven dat ik haar (zeker twee koppen kleiner dan ik) wel heel bad-ass vond. Ík ging immers niet om de simpele reden dat ik geen verschoning bij me had.

Lab-rat

Zo’n twee tot drie keer per week neem ik plaats op een petrischaal. Stop ik mijn angst in een reageerbuis, voeg daar met een pipet kracht en doorzettingsvermogen aan toe en dan verwarm ik alles op een bunsenbrander en nu ben ik wel door mijn natuur- en scheikundetermen heen want daar was ik al nooit zo goed in.
Met andere woorden: ik ben mijn eigen lab-rat in het experiment dat Charlotte heet en Trainingscentrum Helena is mijn felgroene laboratorium.

Giechelen

Ik schreef al veelvuldig over de kwartjes die vallen en de lessen die niet alleen tijdens Krav Maga van pas komen maar die ik ook 1-op-1 kan toepassen in mijn dagelijks leven. Het leidde al tot een geheel andere aanpak van werkgerelateerde kwesties, een andere blik op dezelfde dingen, het besef dat ik gewoon mijn ruimte in mag nemen, het kapot-hammerpunchen van niet-kloppende waarheden én als extra bonus de conclusie dat ik een aantal van mijn shirtjes niet meer paste vanwege mijn in omvang toegenomen biceps.

*(Even een moment stilte voor mijn in omvang toegenomen biceps. Zeer bedankt.)*

Binnenkort doe ik examen voor P4. En dan wordt het allemaal iets heftiger, iets serieuzer, iets spannender. Er zijn iets minder vrouwen dan mannen. Er wordt iets minder gegiecheld en iets harder getrapt.
Hoewel sommige mannen het giechelen nooit verleerd raken en daar word ik dan weer blij van.

Experiment Charlotte

Krav Maga heeft voor een persoon als ik verregaande resultaten, in de meest positieve zin van het woord. De veranderingen die zich voordoen in Experiment Charlotte zijn dagelijks voelbaar. Ik verbaas mezelf dan ook regelmatig. Niet alleen omdat ik dit volgens de dokters van twintig jaar geleden eigenlijk niet zou kunnen (maar dat heeft dan weer met mijn medische historie te maken en die telt zeker vijftig blogs op zich) maar ook omdat mijn primaire reacties tegenwoordig heel anders afgesteld lijken te zijn.

Kroonjuwelen

Voorbeeldje.
Ergens vorige maand, tijdens de training van Martijn. Ik zit op mijn knieën op de grond en ram verbeten met mijn vuisten en ellebogen een kussen in elkaar. Mijn aanvaller komt aangedenderd. Helaas ben ik nét te laat om aan de opdracht te voldoen (met een noodvaart opstaan en de aanval verijdelen, ik kan een hoop dingen, maar met een noodvaart opstaan is daar niet een van).
Voor nadenken is geen tijd, maar wat doet mijn lijf automatisch? Dat slaat met mijn vuist vol, maar dan ook echt vól, in des aanvallers kroonjuwelen. Door de zaal golfde een soort collectieve, plaatsvervangende ‘aiiii’ van de drie aanwezige mannen.
Mijn aanvaller droeg overigens een toque en had niks. Mijn paarse knokkels echter waren, zeker voor een dag of drie, een constante herinnering aan het feit dat ‘uithalen bij gevaar’ kennelijk tóch ergens geïmplementeerd zit in mijn systeem.

Het harige-bowlingbal-incident

Een week of twee geleden vond ik mezelf terug, enkele passen verwijderd van mijn voordeur. Pulserend van drift. Voor het eerst van mijn leven heb ik het gevoel dat mijn bloed kookt. Ik ben bozer dan boos en kwader dan kwaad en mijn keel zit ervan dicht en mijn hart klopt als een bezetene en mijn stem klinkt raar, alsof ‘ie niet van mij is maar van iemand anders.
Mijn voeten op heupbreedte, mijn handen in een soort supermanpose in mijn zij, borst vooruit, golvend haar en wapperende cape alleen dan zonder de wapperende cape. En ik schreeuw. Heel hard.
Ik ben, denk ik, verwisseld door aliens. Dat moet het zijn. Want waar ben ik anders gebleven? Die zachtaardige, altijd gedienstige en aaibare labrador?

Ik sta te schreeuwen tegen een vrouw die hier in de buurt woont en die zich de trotse eigenaresse van een onopgevoede buldog mag noemen. Het dier raast hier regelmatig door de straat als een soort harige, gespierde bowlingbal voor kinderen en het is een kwestie van tijd voordat het een keer fout gaat.

Op een zwoele zomerse zondagavond, kindjes spelen nog wat voor de deur, wij kijken naar ze en drinken koffie, komt ze weer voorbij. De vrouw. Met haar bowlingbal-hond.
Tot mijn intense vreugde stel ik vast dat ze het dier heeft aangelijnd. Ik ben ook wel opgelucht, want ik ben zen en helemaal niet in de stemming om weer een potje te gaan staan blèren.

Het ging bíjna goed. Want net nadat ze ons volwassenen passeerde, boog ze voorover en sprak ze mijn driejarige zoon aan. En zei daarbij zóiets beledigends dat ik opsprong en nou ja, nogal tamelijk van leer trok.
Ik moest spartelend naar binnen gedragen worden door de verkering en de papa, ook aanwezig, deed een blauwhelm-actie.
Het eindigde met haar schoorvoetende excuus. Nee, dat had ze inderdaad niet moeten zeggen. Nee, ze had inderdaad mijn kind niet aan moeten spreken. Ja, ze zou het dier voortaan aan de lijn houden.

Wonderen

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Want 1) tot op de dag van vandaag loopt de kwijlende bowlingbal inderdaad aan de riem en 2) ik heb het dus in me om boos te worden. En niet zomaar een beetje armetierig ladida-ik-ben-er-nou-tóch-boos, nee, echt authentiek nucleair ik-doe-je-wat-aan-boos.
Interessant!

Aangespoelde zeekoe

Als ik kijk met een klinisch oog dan rest me weinig dan mezelf tot gek te verklaren. Ik fiets door weer en wind naar een plek waar ik met een intense vreugde best wel gekke dingen doe. Ik val prima mensen aan met stokken. Probeer maatjes met alles wat ik in me heb het licht uit hun ogen te slaan. Bevrijd me uit aanvallen-op-de-grond door als een soort aangespoelde zeekoe over mijn aanvaller heen te rollen.

Skihelling

Ik bezeer mezelf ook regelmatig. De mobiliteit van mijn ene grote teen is met zeker veertig procent afgenomen ten opzichte van de andere en als ik in mijn teenslippers probeer te komen moet ik die voet een handje helpen (was waarschijnlijk tóch gebroken).
Mijn linker pink ziet er sinds een paar weken significant anders uit dan de rechter met een bovenste kootje dat zich heel funky tot een soort skihellinkje krult (was waarschijnlijk tóch gebroken).
Mijn rechterduim is nét weer zodanig hersteld dat ik niet jank als een aangereden kat als ‘ie per ongeluk ergens tegenaan komt, al klinkt er nog wel een licht verontrustend klikje als ik ‘m beweeg.
Dat zijn bést veel vingerkwetsuren. En ik kan je zeggen, vingerkwetsuren zijn voor deze tekstschrijver bést wel spannend.

Op mijn plek

En tóch ga ik elke keer weer opnieuw. Want kijk ik met dat andere oog, dat oog van gevoel, dat oog dat zegt; ik ben hier op mijn plek, dat me vertelt dat dit exact is wat ik nog had en héb, dan hoef ik me niet meer af te vragen waarom ik me elke keer weer meld en er nog naar uitkijk ook.

Toen, op de kermis, moest ik bewonderend lachen om mijn vriendin. Ík durfde gewoon niet omdat ik bang was, zoals ‘ieder normaal mens’.
Maar dat was toen.
De laatste tijd denk ik daar regelmatig aan terug, aan dat moment. En weet ik, vóel ik, dat haar jarenlange ‘normaal’, mijn oude ‘normaal’ met rasse schreden inhaalt.
En daar kan ik alleen maar gelukkig mee zijn. Rare pink of niet.

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 38 jaar oud en moeder van Teddy (7jr.) en James (3jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Ik ben een taalkleier, een woordvormer, een copywriter en een verhalenfan. Ik schrijf, dus ik besta. Strijken vind ik stom en koken een uitdaging maar gelukkig kan ik beide tegenwoordig uitbesteden aan mijn verkering Joep. Dagelijks doe ik fanatiek aan peuterzeulen en kleutersjouwen en daarnaast is Krav Maga mijn lievelings.

Ik schreef en publiceerde twee boeken: ‘Zwanger, the true story’ en ‘Supermama’s, the true story’. And there’s more where that came from.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons