Column Charlotte Beumer - mei 2019

Keep your friends close but your enemies closer
“Je deed het wéér.”
-“Wát?”
“Opzij stappen. Maar je moet niet opzíj stappen, je moet naar vóren. Er dwars doorheen.”

Blablablaaaaaa

We doen stick attacks, aanvallen met een stok dus, en ik krijg waardevolle feedback van mijn trainingsmaatje. Ik krijg deze boodschap niet voor het eerst. Dat ik opzij ga terwijl ik naar voren moet, bedoel ik.
Ik bijt gefrustreerd op mijn lip. Het is ongeveer de triljoenste keer dat ik het verkeerd doe en ook al ben ik blij met feedback, is feedback waardevol, is feedback leerzaam en blablablaaaa, ik krijg zin om daadwerkelijk te meppen met die stok. Maar ik doe het niet, want ik weet hoe híj verdedigt. Híj gaat er namelijk wél dwars doorheen.

Peace

Ik schreef al eens eerder over ‘het dubbele’ van krav maga. Zo van dat ik dingen leer die onwijs cool zijn. Hoe ik een aanvaller letterlijk in een handomdraai met zijn hoofd tegen de muur kan butsen. Dat het eigenlijk maar nauwelijks kracht kost om iemands pols af te scheuren. Dat het breken van vingers echt maar een fluitje van een cent is.
Maar die dingen wil je allemaal niet hóeven te gebruiken. Je wil gewoon gezellig en zo ongeschonden mogelijk je leven door.
Want uiteindelijk is dat waar krav maga op is gebaseerd. So one may walk in peace. Niet in pieces.

Hoofd en lijf

Het wil er bij mijn lijf dus maar mondjesmaat in dat ik zo de nabijheid van mijn aanvaller moet opzoeken.
Wacht, ik leg het uit.

Headlock

Stel, ik lig op de grond. Mijn aanvaller ligt half op/half naast me, mijn ene arm in zijn greep en zíjn arm om mijn hoofd geklemd in wat we een ‘headlock’ noemen.
Ergens heb ik dus iets gemist of niet helemaal goed gedaan, anders was ik nooit in deze situatie verzeild geraakt, maar hey, daar liggen we dan, dus ik moet iets.

Schunnige teksten

Mijn aanvallers hoofd is laag, vlak naast dat van mij, zodat hij eventueel nog bedreigende, schunnige of anderszins vervelende teksten in mijn oor kan fluisteren.
Wat is, kort gezegd, de bedoeling van mijn techniek: eruit komen.
Hoe doe ik dat: ik timmer met mijn vrije hand op des aanvallers achterhoofd, min of meer tegelijkertijd trek ik mijn ‘gevangen’ arm onder hem vandaan terwijl ik me explosief op mijn heup draai, ik slinger mijn been om dat van hem en lig nu dus lepeltje-lepeltje.

Ennnnn stóp de tijd. Ik lig nu dus lepeltje-lepeltje.

Lepeltje-lepeltje

Met iemand die ik daartoe helemaal niet heb uitgenodigd. Iemand die mij, sterker nog, kwaad wil doen. Iemand bij wie ik dus hoogstwaarschijnlijk helemaal niet in de buurt wil zijn. Laat staan dat ik graag lepeltje-lepeltje wil liggen.
Mijn hoofd weet: dit is nodig om vervolgens over hem heen te kunnen klimmen en in een vloeiende beweging mezelf in veiligheid te kunnen brengen terwijl ik ‘en passant’ zijn schouder ontwricht en dat het er dan ook nog cool uitziet (da’s namelijk rule number one, dat het er cool uitziet).
Maar mijn lijf zegt: Gatver. Dat ga ik dus écht niet doen, bovenop die gast liggen. Zo intiem. Zo dichtbij.

Gillende sirenes

Bij de stick attacks gebeurt me iets soortgelijks, en hier zit het ‘m niet alleen in de verdediging, maar óók in de aanval.
Wacht, ik leg het uit.

Ik heb een stok in mijn handen. Die heeft een harde kern, maar omwille van de veiligheid is die kern omhuld met een zachter, schuimrubber-achtig materiaal. De stok is hard genoeg om zeer heldere feedback te krijgen als je verdediging zuigt, maar ook weer niet zó hard dat je dan met gillende sirenes moet worden afgevoerd.
Tegenover mij staat mijn trainingsmaatje.
Mijn doel: hem zo hard mogelijk vol op zijn hoofd slaan.
Zijn doel: dat voorkomen.

Aardig-Schmaardig

Daar begint mijn weerstand. Want zojuist stonden we nog grapjes te maken en nu moet ik hem voor zijn hoofd slaan. Dat vergt nogal wat schakelen. Bovendien vind ik hem aardig en zie ik dan ook totaal geen reden om hem aan te vallen, maar die sentimenten zijn nu dus totaal onbelangrijk.
Heeft hij een waardeloze verdediging, tja, dan krijgt hij die klap.
En dat is dan zíjn probleem, niet het mijne. Hoe aardig ik hem ook vind.

Dwars doorheen

Bij een stokaanval is het zaak om de beweging van de aanvaller al in de kiem te smoren. Met andere woorden: je moet erín. Je moet erhéén. Sterker nog: je moet er dwárs doorheen.
Dat is A) zodat jij niet wordt geslagen, én B) zodat de aanvaller zich voortaan wel even tien keer bedenkt voor ‘ie zoiets nog een keer probeert.
Dat dwars erdoorheen, daar heeft mijn trainingsmaatje dus totaal geen moeite mee.
Na een paar aanvallen weet ik wat er komen gaat.
Namelijk: een sterke man die op me af komt denderen en die dwars door me heen wil.

Ennnnn stóp de tijd. Een sterke man die op me af komt denderen en die dwars door me heen wil.

Waardeloze aanval

Mijn hoofd zegt: ik móet die aanval doen. En goed ook. We komen hier immers om te trainen. En als ik een waardeloze aanval doe, dan kan hij zijn verdediging niet oefenen. Dan kan hij zich zelfs blesseren.
Maar mijn lijf vindt: Jahaa, maar wacht effe, als ik een goede aanval doe, en hij een goede verdediging, en hij dendert dwars door me heen, dan voelt dat ook niet echt jolig.
Dus weet je wat, ik zet de aanval in, maar buig lichtjes af naar de zijkant. Dat merkt toch niemand.
Nou, mooi wel dus.

Heel. Hard. Slaan

En dan moeten we wisselen en zijn de rollen ineens omgedraaid. Tegenover me staat een sterke man met een stok in zijn handen. In zijn ogen een blik die zegt: ik ga jou slaan.
Heel. Hard. Slaan.
Hij heft zijn handen boven zijn hoofd en wil de stok laten neerkomen op het mijne.

Ennnn stóp de tijd. Hij heft zijn handen boven zijn hoofd en wil de stok laten neerkomen op het mijne.

Ja dág

Mijn hoofd zegt: je moet erín. Erdoorheen. Tegen hem aan gaan staan, ook al wil hij je kwaad doen, omdat je dan de kans op dat kwaad juist reduceert.
Mijn lijf vindt: ja dág. Heb je ‘m gezien, die gast? Die heeft een stok. Die wil me pijn doen. Daar wil ik niet bij in de buurt zijn, laat staan dat ik zijn lijf aan wil raken.
Ik wil niet, maar ik moet wel. Ik ben in de war.
De hele kunst van krav maga is om uit je hoofd te gaan. En hoewel ik een gevoelsmens ben, vind ik dat in de praktijk maar al te lastig.

Hupsjes

Krav maga hoort logisch te zijn. Zonder franje, zonder poespas. Zonder de onnodige hupsjes of schuifelpasjes of onlogische armbewegingen die ik allemaal maak en doe, omdat ik steeds zo in mijn hoofd zit.
Omdat ik me voortdurend afvraag of ik het wel goed doe, of het wel klopt, of ik er wel cool uitzie, of ik niet te onhandig ben, of ik wel fijn ben om mee te trainen.
En omdat ik voortdurend die frictie voel tussen het fysiek dichtbij iemand zijn, terwijl ik daar juist zover mogelijk bij vandaan wil.

Mijn persoonlijke strijd tussen ratio en gevoel. Tussen hoofd en buik. Tussen mij en mijn oude demonen.
En ondertussen stompen we vrolijk verder. Zolang het er maar cool uitziet. 

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 38 jaar oud en moeder van Teddy (7jr.) en James (4jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Ik ben een taalkleier, een woordvormer, een copywriter en een verhalenfan. Ik schrijf, dus ik besta. Strijken vind ik stom en koken een uitdaging. Dagelijks doe ik fanatiek aan peuterzeulen en kleutersjouwen en daarnaast is Krav Maga mijn lievelings.

Ik schreef en publiceerde twee boeken: ‘Zwanger, the true story’ en ‘Supermama’s, the true story’. And there’s more where that came from. Dus hou me in de gaten.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons