Column Charlotte Beumer - mei 2018

Er was eens in het Oude Griekenland een herbergier die Procrustes werd genoemd.
Ik stel me zo voor dat hij een gezellig etablissement dreef waar de uitgehongerde en vermoeide Oud-Griekse reiziger zich kon laven aan Oud-Griekse wijn en souvlaki en in een lommerrijke binnentuin kon bijkomen van een ongetwijfeld uitputtende reis langs stoffige, met olijfachtig boomwerk omzoomde Oud-Griekse wegen.
So far so good zou je denken, ware het niet dat Procrustes er een tamelijk merkwaardige en voor de directbetrokkenen op z’n zachtst gezegd nogal oncomfortabele hobby op nahield.

Op maat

Want wat deed Procrustes: hij nodigde eerdergenoemde reizigers uit in zijn herberg en bood hen een bed aan. En zodra de gast in sluimer verkeerde, maakte Procrustes hem op maat.
Letterlijk. Was de reiziger langer dan het bed, dan hakte de herbergier er een stukje af. Van de reiziger, dus. Was het bed langer, dan werd de logé simpelweg wat opgerekt.
Een en ander ging nu niet bepaald zonder slag of stoot, en de legende wil dan ook dat vrijwel niemand het kon navertellen.
One size fits all? Ik dacht het niet.

Bij Zeus op de koffie

Ooit, heeeeel lang gelee, toen je ‘poepen’ nog met een lange ‘oe’ schreef, voordat ik de klassieke talen van het gymnasium verruilde voor Tekenen (wat ik niet kon, maar waarbij we tijdens die eerste-twee-uur-op-maandag wél lekker het weekend konden evalueren) en Muziek (wat ik niet kon, maar wél heel gezellig vond) op het atheneum had ik Grieks van meneer Van Dijk, die toen al stokoud was. Vooral de lessen mythologie vond ik geweldig. Meneer Van Dijk kon namelijk schitterend vertellen, waarschijnlijk dus omdat hij overal zelf bij was geweest.
Hoe dan ook.

Bedden

Ik wist nooit goed waarom, maar het verhaal van Procrustes heeft me altijd geraakt. Inmiddels weet ik het wél. Omdat de bedden waaraan ik mezelf in de loop der jaren passend heb proberen te maken ontelbaar zijn. Let wel: die bedden vormen hier een metafoor en hebben dus helemaal niets met Tinder-gerelateerde activiteiten te maken (echt niet mam).
Ik weet dat nu omdat ik inmiddels bijna 38 ben, al anderhalf jaar aan krav maga doe en ruim een jaar aan FemmePower.
En bij de gedachte aan al die bedden moet ik telkens even heel diep zuchten. 

Boos vs. verdrietig

“Jij wordt altijd maar verdrietig! Zo mogen ze niet met je omgaan, word nou toch eens een keer boos!”
De woorden van mijn moeder klinken nog dagelijks na in mijn oren en niet in de laatste plaats omdat ik ze tegenwoordig zelf regelmatig in de mond neem, bedoeld voor mijn inmiddels zesjarige dochter.
En nu, nu begrijp ik mijn moeder pas echt. Voel met terugwerkende kracht wat zij gevoeld moet hebben, dertig jaar geleden.
Want wat breekt mijn hart als ik mijn meisje zie huilen. Als ik dikke tranen langs haar van intens verdriet verhitte kleuterwangen zie rollen. Als ze ontroostbaar is omdat iemand lelijk tegen haar deed, omdat ze niet mee mocht spelen. Omdat ze zich afgewezen voelde. Als ze zich met grote volgelopen ogen afvraagt of ze wel goed genoeg is.
Het is alsof er een op hol geslagen kettingzaag door mijn binnenste woekert. Dezelfde kettingzaag als waarmee ik haar belagers te lijf wil gaan. En dezelfde als waarmee ik mezelf altijd passend heb proberen te maken.

Sterk, weerbaar en waardevol

Ik wil haar vasthouden, nooit meer loslaten, roepen, schreeuwen dat ze goed genoeg is, wat zeg ik, meer dan goed genoeg. Dat ze niet beter had kunnen zijn en dat ze dat ook nooit hoeft te worden.
Dat ze zich nooit op maat hoeft te maken, voor welk bed dan ook. Maar tegen wie roep ik dat dan eigenlijk het hardst?

Braaf dreunt ze het riedeltje op dat we elke avond voor het slapengaan herhalen.
Ik ben sterk
Ik ben weerbaar
Ik ben waardevol

Ik kan alleen maar vurig hopen dat ze me niet nazegt om me te pleasen, maar dat de woorden zullen inslijten, zich in haar ziel zullen etsen. Zo diep dat ze een overtuiging worden die er nooit meer uit te rammen is.
Dat ze er zelf in gelooft.

Kapmes

Dat ‘passend maken’ is een thema dat zich als een rode draad door mijn leven regenwormt. Banen, vriendschappen, samenwerkingsverbanden, liefdesrelaties. Voor mij waren het stuk voor stuk redenen om me op te rekken tot het zeer deed of eigenhandig mijn lichaam met een kapmes te lijf te gaan.
Me aanpassen. Ik werd er zo bedreven in, Barbapapa had bij me in de leer gekund.

Onzichtbaarheidsmantel

We hebben krav-training en Sharon laat ons in tweetallen gearmd door de zaal draven. Paarsgewijs moeten we de vloer aantikken, in de lucht springen of naar de dichtstbijzijnde deur sprinten. Ondertussen mogen we proberen de schouders van de andere tweetallen aan te raken. Dan komen er ook nog eens tikkers in het spel, dus motorisch gezien wordt het nog een heel gedoe.
(Overigens voel ik me nog steeds regelmatig behoorlijk awkward als ik dit soort dingen moet doen, helemaal als ik mezelf vergelijk met iemand als Sharon, die de souplesse van een zwarte panter bezit, dus dat moet ik ook niet doen, dat vergelijken, maar ja)
Ik speel mezelf dus niet graag in de kijker en wanneer Sharon vraagt om twee vrijwilligers en mijn maatje rücksichtslos zonder overleg zijn vinger opsteekt terwijl ik juist probeer mijn Onzichtbaarheidsmantel te activeren, ben ik niet heel erg amused.
Het zijn die kleine, schijnbaar onbeduidende momentjes die voor mij zo pijnlijk duidelijk maken waar ik ongeveer zit, op mijn pad.

Sorry. Sorrysorrysorry

Dan is onze beurt voorbij en melden zich nieuwe tikkers. In eerste instantie kunnen we de belagers afweren door ‘GA WEG!’ tegen ze te schreeuwen, later mogen we ze ook fysiek van ons af proberen te houden. Een briesend tweetal stormt op ons af, ik geef een defensive frontkick, raak een van de tikkers lichtjes, schrik, sla mijn hand voor mijn mond en roep: “Sorry! Sorry sorry sorry!”
Waarom? Híj valt míj toch aan? Hij vroeg er toch om? Ik deed toch wat er van me verwacht werd, waarvoor ik hier überhaupt kom?

Supergrover

Jezelf voortdurend passend maken is helemaal niet lekker.
Ik viel ooit dertig kilo af en dook vervolgens in de diepe krochten van mijn kledingkast. Ik vond daar de archeologische lagen van mijn leven in de vorm van textiel.
En ja, minus die dertig kilo paste ik weer in dat ene grappige Supergrover-shirtje. Ik bekeek mezelf in de spiegel. Het shirtje ging stante pede weer uit.
Immers, dat iets past, wil niet automatisch zeggen dat het ook lekker zit. Laat staan dat het nog bij jou past.

Ja, ik wil! Maar wát eigenlijk..?

In een eerdere column vertelde ik al dat ik onder lichte dwang van een toen dierbare vriend met krav maga ben begonnen. Van het een komt doorgaans het ander en dat is echt een waarheid als een koe, want mijn eerste schreden op de helgroene mat leidden me onherroepelijk naar het Pad of No Return.
Ik ging me Ontwikkelen. Of ik nu wilde of niet.
En ik wilde. Ik ging.
Ik ging niet in m’n eentje, ik nam mijn kuikens mee in mijn kielzog. Mijzelf centraal stellen, me afvragen wat ík wil, wat míj gelukkig maakt. De kettingzaag in het schuurtje laten.

Maar ook al ga ik nog een miljoen keer op m’n bek, één ding weet ik zeker.
Vanaf nu maken we de bedden passend aan óns, in plaats van andersom.

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 37 jaar oud en moeder van Teddy (6jr.) en James (3jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Dagelijks schrijf ik met liefde mijn vingertoppen schraal, want dat vind ik een van de allerleukste en fijnste dingen om te doen. Ik ben een geluksvogel dat ik, als tekstschrijver, van mijn hobby mijn werk heb kunnen maken. Strijken vind ik stom, en koken een uitdaging. En mijn grote liefde, dat is Krav Maga.

Charlotte is auteur van het boek ‘Zwanger, The True Story’. Haar nieuwste boek ‘Supermama’s, The True Story’ ligt sinds kort in de winkel!

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons