fbpx

Column Charlotte Beumer - maart 2019

Het meisje van Wél

“Ooh mama, wat fijn dat er zoveel plassen zijn, want nu kan ik mijn nieuwe regenlaarzen aan!”

Het is even na achten in de ochtend en we fietsen onder een metersdik wolkendek door. De kleur is loodgrijs, net zoals mijn gemoed. Voor mijn gevoel regent het al drie jaar onafgebroken.
Achterop danst een jochie van een kilo of twintig vervaarlijk heen en weer en aan mijn stuur bungelen twee schooltasjes. De wind giert om mijn oorlellen, mijn haar wappert voor mijn ogen, alles is klam en nat en koud en ik voel me alsof ik met mijn pedalen niet mijn fiets maar de hele wereldbol in beweging moet zetten.
Maar mijn dochter, die naast me fietst, zingt liedjes. Ze is blij. Want er liggen plassen, en nu kan ze haar nieuwe regenlaarzen aan.

Meisje van Wél

Zij, van zeven jaar, is een Meisje van Wél. Voor haar is het een tweede natuur om te kijken naar wat er wél is. Wat er wél kan.
Ik heb dat moeten leren. En dat kostte me jaren.
Want: hoe vaak heb ik wel niet geredeneerd vanuit schaarste? Was ik niet bang voor tekort? Ging ik uit van wat er níet was? Hoeveel nachten lag ik wel niet wakker van gepieker, waarvoor het Niet telkens weer zo’n vruchtbare voedingsbodem blijkt?
Het antwoord luidt: ontelbaar vaak. En ontelbaar veel.

Meh-gevoelens

Kijken naar wat er wél is of wat er wél kan, ik ben niet de enige die dat soms weleens lastig vindt. Het is namelijk bedroevend en verleidelijk makkelijk om te verdwijnen in het Niet. Het ‘Dat kan niet, dús dan houdt het op.’ Het ‘Dat is er niet, dús het gaat vast mis.’ Of zo’n ‘Zal je net zien, er is vást geen parkeerplaats.’
Ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar bij mij is er maar frustrerend weinig voor nodig om te verdwijnen in wat ik beschouw als een destructieve ‘loop’ van gepieker, gemaal en algehele meh-gevoelens.

Inspirational quotes

Ik las ooit eens ergens: je zorgen maken is de verkeerde kant op fantaseren.
Nu mogen van mij de meeste ‘inspirational quotes’ worden opgeborgen op een plek waar de zon niet schijnt, maar van deze moet ik tandenknarsend de waarheid erkennen. Want dat de-verkeerde-kant-op fantaseren, ik ben er een meester in.
Ik ben in over een uur, ik ben in morgen, ik ben in volgende week, volgende maand of zelfs al volgend jaar. In de komende huur. De volgende energierekening.
Ik ben vaak eigenlijk overal, behalve in het Nu. 

Alert en aware

Het is een van de redenen dat ik zo verslingerd ben geraakt aan krav maga. Naast dat het (helaas) noodzakelijk is om te leren jezelf te verdedigen, naast dat ik er geweldig stoere kick ass dingen leer, naast dat ik er sterk van word en naast dat ik er onwijs fijne mensen leerde kennen, is het de plek waar ik gedwongen word om in het Nu te zijn. Alert. Aware.
Ben ik dat niet, dan heb ik namelijk zo die knal voor mijn kanis te pakken.

Controle controle controle

Een week of wat geleden viel ik. Grandioos. Ik had een kind achterop en twee rugtasjes bungelend aan mijn stuur. Het was een koude ochtend na een kille nacht. Maar de straten en de stoepen waren schoon. En niet glad.
Het ding is namelijk: ik haat glad. Want dan heb ik geen controle. Bij glad zit ik dus met kuikens en al in de auto, op mijn stoelverwarming. Maar het was niet glad, want dat had ik gecheckt. Controle controle controle.
In heel Haarlem had echter één enkel plekje ijs halsstarrig volgehouden en dat lag verraderlijk verscholen onder een iets overhangende stoeptegel te wachten tot ik met mijn circusstoet in aantocht was.
En ineens lag mijn fiets onder me. Mijn benen door het frame gevlochten. Het handvat van mijn stuur op enkele centimeters van mijn oogkas. En mijn kind brullend op het koude asfalt.

Eindresultaat: mijn kinderen geschrokken maar oké.
Mijn knie verramsjt.
Mijn fysiotherapeut dook onwillekeurig een beetje weg toen hij me vertelde dat ik zeker enkele weken niet zou kunnen trainen.

Wolven

‘Als het vuur gedoofd is, dan komen de wolven’ zong het illustere duo Acda&De Munnik. En dat is precies wat er bij mij gebeurt. Loerend liggen ze al in de struiken, mijn wolven. Likkebaardend bij het vooruitzicht om me te komen verorberen als een hors-d'oeuvre.
Ik schoot volledig in de weerstand, en dan druk ik me nog mild uit. Ik kon niet trainen, dús kon ik mijn energie niet kanaliseren. Ik kon niet trainen, dús kon ik mijn frustratie niet kwijt. Ik kon niet trainen, dús zouden mijn spieren direct degenereren. Ik kon niet trainen, dús werd ik vast meteen weer dik.
Zucht.

Grom

Deze patronen zijn verre van nieuw. Vroeger maskeerde ik ze door te gaan schoonmaken. Want als je bezig bent, dan hoef je niet te voelen. De laatste jaren heb ik echter veel tijd, geld en energie geïnvesteerd in mijn Persoonlijke Ontwikkeling. Met als gevolg dat ik het proces nu duidelijk zie. Ik zie wat er gebeurt. Ik zie de wolven voor wie en wat ze zijn. Hartstikke mooi.
Alleen, ik kan er nog steeds geen ene fuck aan doen. Want die knie, die tover ik niet beter. Ook al zie ik alles nog zo helder. Grom.

Waarom

Eerst wentel ik rond in een bak vol zelfkwelling. Vraag me pathetisch af: waarom ik. Waarom. Waarom niet net dat bochtje anders genomen. Waarom niet toch met de auto.
Tijdens elke trainingsavond kijk ik op mijn horloge en denk dingen als: nu staan ze in de line up. Ah, rammen op het kussen. Nu komen de technieken aan de beurt. En, in geval van training van Jeroen, nu pakken ze allemaal drie balletjes.
Ik merk het aan het rap dalen van mijn frustratietolerantie als ik, in de auto, belachelijk lang sta te wachten op iemand die dertig pogingen nodig heeft om een voertuig zo groot als een kokindje in een plek ter grootte van een onderzeeër te manoeuvreren en mijn voorhoofdsader zo hard pulseert dat ‘ie bijna klapt.
Ik word er al met al niet vrolijk van.

Kwartje

Dan moet ik denken aan een van de meest wijze lessen van Stephan. Die leert ons bij het trainen namelijk om te kijken naar wat er wél kan.
Je mag jezelf verdedigen, maar je mag niet slaan of stoten. Het lijkt een behoorlijke restrictie, totdat je kijkt naar wat er allemaal nog wél kan. Trappen, bijvoorbeeld. Een stap opzijzetten. Iemand optillen en weggooien.
En er valt opnieuw een kwartje.

Mijn kleuter is een kettlebell

Want: wat kan ik allemaal wél met die knie? Nou, rammen op een stootkussen, waar ik er toevallig twee van heb liggen, gewoon, hier in huis. Ik kan een ‘plank’ doen. Of de trojan pose. Ik kan mijn kleuter optillen, boven mijn hoofd heffen en langzaam weer laten zakken, waarbij ik goed mijn buik- en bilspieren aanspan. Hij is mijn kettlebell, totdat hij tegen begint te stribbelen. Ik kan, zodra mijn knie dat weer enigszins toelaat, een extra rondje dansen in de keuken tijdens de dagelijkse kleuterdisco.
Het is allemaal geen krav maga. Maar het is wel íets.

DOEN

Van mijn fabuleuze krav-instructeurs leerde ik niet alleen om anders naar het leven en mijzelf te kijken en de realiteit te accepteren, maar ook dat Het Geheim van het Leven zit in vier letters, die, eenmaal in de juiste volgorde geplaatst, het woord DOEN vormen.
En voor een denker, een schaver, een piekeraar, een tobber, voor iemand zoals ik die zich voortdurend afvraagt of het wel goed genoeg is, of ik wel goed genoeg ben, of het niet beter kan, is DOEN weliswaar ver uit de comfortzone, maar eigenlijk oh zo lekker.

Constante reminders

Bijna wekelijks krijg ik met de kracht van een bezeten tennisballenmachine waar- en wijsheden op me afgevuurd en regelmatig gaan die onder mijn huid zitten. In mijn vorige column schreef ik schertsend dat ik ze op een tegeltje wil voor aan mijn muur, als een soort constante reminders.
En toen dacht ik, waarom niet?
Dus ik verzamelde de meest treffende quotes. Ging naar een tegelhandel. Zocht een mooi rustiek en vooral niet perfect tegeltje uit. Duikelde via via een sticker-man op. En plakte eigenhandig al die wijsheden nét niet perfect op de tegels.
Ik deed het gewoon.
Zonder te tobben. Zonder te piekeren. Zonder te schaven. Zonder me af te vragen of het wel goed genoeg was, wat ik deed. Zonder aan mezelf te twijfelen.

Dekking hoog, en fuck it

Ze komen in mijn keuken te hangen, zodat ik ze elke dag kan zien. En zodat ze me er elke dag weer aan kunnen herinneren dat ik geen slachtoffer ben. Dat ik mijn dekking hoog moet houden. En, fuck it. Dat ik het gewoon moet gaan DOEN.

Net zolang tot ik uiteindelijk, net zoals mijn dochter, ook een Meisje van Wél ben.

Over Charlotte:
Ik ben Charlotte, 38 jaar oud en moeder van Teddy (7jr.) en James (4jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Ik ben een taalkleier, een woordvormer, een copywriter en een verhalenfan. Ik schrijf, dus ik besta. Strijken vind ik stom en koken een uitdaging. Dagelijks doe ik fanatiek aan peuterzeulen en kleutersjouwen en daarnaast is Krav Maga mijn lievelings.

Ik schreef en publiceerde twee boeken: ‘Zwanger, the true story’ en ‘Supermama’s, the true story’. And there’s more where that came from. Dus hou me in de gaten.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons