fbpx

Column Charlotte Beumer - Te lief

‘Je bent te lief’

Klinkt afgezaagd maar ís wél zo: als ik een euro had gekregen voor elke keer dat ik die woorden hoorde, dan had ik nu mijn eigen tropische eiland van wit zand en palmbomen met hangmatten en kuddes kangoeroes om mee te kroelen én Idris Elba (die acteur die.. never mind) en daar zat ik dan, inclusief billen bloot en melk uit een kokosnoot, minstens zes maanden per jaar zorgeloos en vrij en zijn.

Hardleers

Met andere woorden: deze boodschap komt me niet onbekend voor. Al heel lang niet. Maar kennelijk ben ik bijzonder hardleers als het hierop aankomt, want ik zit gewoon het hele jaar veel te lief te wezen in Haarlem noord. Ook tijdens regenperiodes en ploeterdagen vol met zorgen en gepieker. En zonder Idris Elba.

Karretje

‘Je bent te lief’

Zei mijn moeder vroeger toen ik me, dag in dag uit, het leven zuur liet maken op de basisschool.
Zegt mijn vader wanneer ik me weer eens voor een of ander zakelijk karretje laat spannen.
Zeggen mijn vriendinnen als ik mezelf weggeef, mijn ruimte afsta, mijn grenzen met voeten laat treden, zonder daar ooit tegen te protesteren.
Zegt Stephan-de-krav-maga-trainer in de zaal. Heel heel vaak.

Knettergek

Sla eens hárd, trap eens dóór, knijp dícht die keel, je moet erdóórheen, waarom stop je zodra je vuist het kussen raakt, stomp ‘m voor z’n bek, gooi je heup erin, zet je massa erachter, schop ‘m op z’n gezicht, gebruik je lengte, doe ‘m pijn, kom op, je bent te lief te lief te lief.
Aaarghhh! Het is om helemaal knettergek van te worden.

Chokes en chókes

We zijn lekker bezig in de Groene Hel wanneer we aan de slag gaan met het herhalen van P1-technieken. En dat kan helemaal geen kwaad, want met het behalen van je strepen en het vorderen in levels evolueert niet alleen de intensiteit van de technieken, maar ook die van de aanvallen.
Want een choke van een beginnend kravist verschilt wezenlijk van een choke van iemand die al een paar jaar traint.
Lees: molesteren moet je leren.

Hoppa

Zo in het begin leg je een tikje ongemakkelijk je handen losjes rond iemands hals. Je giechelt verontschuldigend. Dan maak je voor de vorm wat licht masserende bewegingen en je laat meteen los zodra het ‘slachtoffer’ zijn techniek inzet.
En dan wissel je van rol en herhaal je het riedeltje net zolang totdat de trainer aangeeft dat het tijd wordt voor de volgende techniek.
Zo werk je alles af, en dan nog eens en nog eens en nog een keer, en dan doe je examen en dan slaag je, en hoppa, dan ga je op voor je volgende streep.
Maar pas op, ga niet achterover zitten leunen als het aankomt op de technieken uit de voorgaande curricula, want je gaat genadeloos nat.

Die splitsecond

Terug naar nu: lekker bezig in de Groene Hel.
Choke-from-the-front. Maar daar waar ik een jaar geleden nog een massage-met-een-giechel kreeg, sluiten zich nu twee sterke mannenhanden om mijn keel.
En die knijpen. Hard.
Die splitsecond, die er eerst niet was. Stress. Paniek. Geen lucht. Die splitsecond is bepalend.
Verstijf je?
Versteen je?
Vecht je?
Wat ga je doen?
Het is zo fakking leerzaam.
Want mijn ‘defense against a massage from the front’ van toen is nu bij lange na niet meer toereikend.

Doeltreffend

Ik word geconfronteerd met hoe ik handel wanneer het er écht op aankomt. Ik leer om mijn techniek goed te doen en te verfijnen, zodat deze ook écht doeltreffend is. Ik ervaar hoe het is om, eventjes dan, écht geen lucht meer te hebben.
En dat alles kan ik leren en ervaren omdat hij, mijn trainingsmaatje, écht aanvalt.

Valkuil

Echt aanvallen is iets dat ik, op mijn beurt, ook geacht word te doen. Want kom op, ik ben nu zo’n tweeënhalf jaar kravista en giechelend masseren dekt echt de lading niet meer (althans, niet in de trainingszaal).
En dat stelt me voor een uitdaging.
Want ik schijn dus ‘te lief’ te zijn.
En lief zijn op zich is natuurlijk een fantastisch fijne eigenschap, maar té lief zijn is een verraderlijke valkuil.

“Hoog graag”

Mijn trainingsmaatje moet zijn verdediging tegen een side-kick oefenen, dus aan mij de schone taak om hem eens flink hard te trappen.
“Hoog graag”, verzoekt hij, en ter illustratie tikt hij met zijn wijsvinger tegen zijn kin.

“Hóger graag”

Hoog, dus. U vraagt, wij draaien.
In mijn hoofd mik ik vol op zijn gezicht, maar ondanks mijn handige lengte komt mijn voet op mysterieuze wijze een heel stuk lager uit.
Hierdoor plant hij op een of andere manier zijn elleboog vol in mijn enkelgewricht, en ik hoef mijn glazen bol er niet op na te slaan om te weten dat dat morgen blauw zal zijn. Of misschien zelfs vanavond al.

“Hóger graag,” zegt hij, en opnieuw geeft hij aan waar hij mijn maatje 43 graag zou willen hebben.
Hoger, tuurlijk, prima, doen we.

Weerstand

Ik til het begrip ‘weerstand’ naar het allerhoogste niveau wanneer ik mijn sidekick-met-crossing inzet.
Het probleem: ik wil hem geen pijn doen. Ik zie geen aanleiding, geen noodzaak, ik vind het niet leuk en niet gezellig en waarom kunnen we met z’n allen niet gewoon lief zijn voor elkaar.
Het is ook meteen een van de redenen dat ik de aarde vaak een lastige plek vind. Omdat er dus mensen zijn die níet het beste met een ander voor hebben.
Maar dat is nu eenmaal de realiteit. En meteen ook de reden voor mij om krav maga te beoefenen.
Frustratie wordt boosheid wordt verdriet wordt weer frustratie en dat wordt uiteindelijk een voornemen om het beter te doen.
Alleen: mijn hoofd wil wel, maar mijn lijf niet. Het aloude thema.

Tae Bo

Maar allez, we komen hier om te trainen en dat kan hij alleen als ik goed aanval. Dus: poging twee.
Deze keer kom ik op de juiste hoogte, maar buig ik onmiskenbaar af naar rechts en trap dus vol in het luchtledige.
Ik moet denken aan een cabaretier die ooit de toenmalige hype Tae Bo onder de loep nam en met plechtige stem zei: “Tae Bo. Handig voor als je in een donker steegje níemand tegenkomt.”

Zijn probleem

Mijn maatje komt vrijwel niet in beweging. Dat is ook niet nodig, want ik mis hem op ruim een halve meter.
Stephan staat erbij en kijkt ernaar en wil weten waarom ik niet gewoon raak schop. Dan moet ik toegeven dat ik dat lastig vind, andere mensen pijn doen.
“Hoezo?”
-“Nou, stel nou dat ik hem raak.”
“…Ja..?”
-“Op zijn gezicht.”
“…Jaaaah..?”
-“Nou, dan heeft ‘ie pijn.”
“Dan heeft ‘ie z’n verdediging niet goed gedaan. En dat is dan toch zíjn probleem..?”
Mission impossible
Vervolgens vraagt hij bedaard of ik dat met iedereen heb, of alleen met mijn maatje.
-“Met iedereen.”
“Dan ben je te lief.”
-“…”
“Word eens wat gemener.”
Dan slentert hij weg, naar het volgende groepje.
Het is een concrete taak, duidelijker kan niet. In mijn hoofd weerklinkt de tune van Mission Impossible.

Feller

Ik weet dat ik inmiddels een stuk feller ben geworden als het aankomt op mezelf verdedigen. Dat is al pure winst voor dat meisje dat ooit elke dag met buikpijn naar school ging, en dat later uitgroeide tot een vrouw die vaak met buikpijn haar mailbox opende.
Doe jij mij als eerste pijn, dan handel ik. Daar ben ik inmiddels wel achter.
Maar andersom, daar valt nog wel wat winst te behalen.

Over winst gesproken: ik stop voortaan een pot in mijn tas, voor al die euro’s.
En ik ga ervoor zorgen dat het nooit genoeg wordt voor dat tropische eiland.

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 38 jaar oud en moeder van Teddy (7jr.) en James (4jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Ik ben een taalkleier, een woordvormer, een copywriter en een verhalenfan. Ik schrijf, dus ik besta. Strijken vind ik stom en koken een uitdaging. Dagelijks doe ik fanatiek aan peuterzeulen en kleutersjouwen en daarnaast is Krav Maga mijn lievelings.

Ik schreef en publiceerde twee boeken: ‘Zwanger, the true story’ en ‘Supermama’s, the true story’. And there’s more where that came from. Dus hou me in de gaten.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons