Column Charlotte Beumer - Ik moet naar de gevangenis

Of nou ja, ik móet niks. Nee, ik ga vrijwillig naar de gevangenis. Naar de Haarlemse Koepel, om precies te zijn. Hét gebouw waar ik als geboren en getogen Haarlemse al zeker een miljoen keer langs ben gefietst, gewandeld of gereden. Dat gebouw dat me altijd al zo geïntrigeerd heeft, maar dat ik nog nooit vanbinnen heb gezien.
Zodra ik vernam dat Martijn juist deze plek koos voor het Helena-evenement twijfelde ik nog geen seconde. Ik schreef me direct in. Deze kans moest ik pakken.

Koud & guur

Zonder ook maar enig idee van wat me die dag te wachten zal staan fiets ik zaterdag 25 november richting de Koepel. Het is koud en guur, echt een dag om lekker knus binnen te zijn. Al hoef ik in de bak natuurlijk geen vloerverwarming of andersoortig comfort te verwachten.
Ik fiets het terrein op en meld me aan. Ik ontvang, net zoals mijn medegevangenen, een knaloranje longsleeve, een drietal plastic muntjes en een grote blauwe vuilniszak die is voorzien van een kleur en een nummer. Hierin moet ik al mijn persoonlijke bezittingen stoppen. Dus ook mijn portemonnee en telefoon. Wat er met de zakken gaat gebeuren, we weten het geen van allen.
Ik word er een tikje nerveus van en wie mijn columns wel eens leest weet wat er dan met mij gebeurt. Juist. De functie ‘Slechte Grappen’ gaat dan aan en niet meer uit.

Woedende frustratie

Mede door de kou maar ook wel door de zenuwen sta ik al snel heen en weer te hopsen van mijn ene been op mijn andere, onderwijl nippend aan mijn hete koffie. Wat nog een hele uitdaging is, maar dat terzijde.
Gelukkig vind ik al snel een gelijkgestemde voor wat betreft de hierboven genoemde slechte grappen en zij en ik slaan elkaar dan ook direct breed grijnzend in de spreekwoordelijke boeien. Het doet me eventjes vergeten dat ik op het punt sta om naar binnen te gaan, door de deuren te lopen van het gebouw waarvan ik vermoed dat de historie binnen langs de muren sijpelt, vanuit die koepel helemaal naar beneden.
Mijn beelddenkend brein heeft de voormalige bewoners allang gezien. Het geschreeuw allang gehoord. De woedende frustratie allang waargenomen. En straks, straks zal ik het ook gaan voelen.

Afschuwelijke akoestiek

Dan springt Suzanne bevallig op een tafel en zijn alle blikken plots op haar gericht. Met heldere stem vinkt ze alle praktische zaken af: heeft iedereen z’n Helena-groene drinkfles? Hebben we allemaal onze muntjes die we kunnen gebruiken voor koffie en lunch, maar tevens als omkoopmiddel? Draagt iedereen z’n oranje longsleeve? Hebben we allemaal braaf onze spullen in een vuilniszak gestopt en weten we allemaal onze kleurcode en nummer nog?
Niemand die tegenstribbelt, geen dwarsliggers.
We krijgen te horen dat we zo dadelijk de gevangenis ingaan. In stilte, want de akoestiek daarbinnen moet werkelijk afschuwelijk zijn. Ik weet weinig van natuurkundige principes, maar kijkend naar de vorm en omvang van het gebouw geloof ik het meteen.

Na haar gepassioneerde aftrap springt Suus van de tafel en dwalen wij als een kudde schapen naar binnen. Ze heeft niets teveel gezegd. Zelfs een gefluisterd woord boemerangt zich via de koepel en langs de muren vol cellen direct weer naar je terug.
Net als de rest leg ik braaf mijn vuilniszak op de daartoe aangewezen plek. Mijn ogen dwalen over de betonvloer. Ze volgen de relingen en celdeuren.
Om me heen is iedereen stil. Zelfs ik. De energie van de voormalige bewoners is duidelijk voelbaar. Het drukt zwaar op mijn schouders. Maakt me nog stiller.

Stuurse blikken

Gehoorzaam stellen we ons op in drie lange rijen. Nog steeds zijn we in stilzwijgend gehuld en wachten af op wat er komen gaat. Dat wachten duurt ongemakkelijk lang, maar dan ineens verschijnen een verdieping hoger de instructeurs. Ze kijken streng. Nors bijna. Zo kennen we ze niet. Eveneens zwijgend positioneren ze zich zodanig dat ze letterlijk op ons neerkijken. Er gebeurt niets, en tegelijkertijd gebeurt er heel veel. Ik huiver, en dat komt niet alleen door de kou. Dan dalen ze de wenteltrap af en komen, nog steeds voorzien van die stuurse blikken, voor ons staan.

Monkey see monkey do

Plots klinkt er een luide knal, als een pistoolschot, en schrik bliksemt door de rijen. Ineens gebeurt er van alles, de instructeurs komen in beweging, wij komen in beweging, we rennen, springen, doen push ups. Er worden instructies geroepen die vrijwel niemand verstaat. De akoestiek is inderdaad afschuwelijk. Ik ben alleen maar nog meer onder de indruk. Hoe moet dat hier geweest zijn toen, met al die gevangenen? Het zal ongetwijfeld mijn voorstellingsvermogen te boven gaan.

Het grootste deel van de geschreeuwde instructies gaat langs me heen, dus ik verval in een soort ‘monkey see monkey do’. Al snel kan het dikke fleecevest dat ik draag wel uit. Van de kou is geen spoor meer over.
Na de warming up worden we in vier groepen verdeeld. In elke groep zit een drugsdealer, twee bodyguards en een spion. Het is de bedoeling dat onze dealer aan het eind van de dag de drugs nog in bezit heeft en tegelijkertijd is het zaak om de dealers van de andere groepen te ontmaskeren. Niemand is dus te vertrouwen.
Het is een spel, maar als ik later bij de lunch blijmoedig mijn laatste muntje weggeef aan iemand die beroofd is van de hare, weet ik al dat ik het hier in werkelijkheid nog geen week zou uithouden. Bovendien ben ik veel te erg onder de indruk van omgeving. Mij kan je momenteel alles wijsmaken.

Inbussleutel

Het programma is afwisselend. We dragen allemaal onze eigen stoel naar boven, waar we een boeiende (pun intended) lezing krijgen van Martijn. Vandaag gaat het lang niet alleen over fysieke, maar vooral ook over mentale kracht. Even later kijken we toe hoe een echte politiehond zich zodanig vastbijt in een man-in-speciaal-pak dat zijn kaken met een soort inbussleutel moeten worden opengewrikt.
“Jaaah,” zegt de begeleider een tikje overvloedig, “vast is vast.”
Eh ja. Zoveel lijkt ons duidelijk.
Dan worden we getrakteerd op een demonstratie van het instructeursteam. Terwijl ik ernaar kijk ernaar denk ik alleen maar trots ‘mennn, wat doe ik toch een fokking badass sport’.

Broodjes en drugsdealers

Even later, bij de lunch, heerst er duidelijk een ‘pakken wat je pakken kan’ vibe. Ik zie mensen rondlopen met een toren van broodjes tussen handen en kin geklemd, want je weet maar nooit, kennelijk. Bovendien blijken er buiten de tent mensen te staan die, om allerlei redenen, geen muntjes meer hebben. En die hebben misschien belangrijke informatie betreffende drugsdealers en spionnen.
Ah ja. Het Spel. Ik kauw op mijn broodje en doe zo nu en dan een halfbakken poging om een willekeurig iemand tamelijk ongecontroleerd het vuur aan de schenen te leggen, maar ik ben eigenlijk gewoon te erg aan het genieten van deze dag om al te zeer bezig te zijn met politieke spelletjes.

Eind-drill

Dan is het tijd voor het tweede deel van deze dag, de eind-drill.
We gaan gezellig aan de slag met messen en technieken, totdat de sirene klinkt. Op dat moment rennen we elk naar een van de gesloten cellen, gaan met onze rug naar de deur staan, trekken die vervolgens open en bieden het hoofd aan wat het dan ook is dat daar op ons wacht.
De sirene klinkt, ik stuif naar een celdeur en volg de instructies op. De kou van het metaal komt dwars door mijn shirt heen. Ik voel de spanning in mijn lijf toenemen. Ik heb werkelijk geen idee wat me te wachten staat als ik hier naar binnen ga. Dan weerklinkt opnieuw een sirene. Ik denk niet na en trek de deur open.

Fysiek, wilskracht en bravery games

Dit zal ik deze middag nog een aantal keren doen. Ik zal geblinddoekt mijn handen uit moeten steken, en afwachten wat erin wordt gelegd (daarbij zal ik, tot hilariteit van de begeleiders van dit spel, gillen als een klein meisje).
Ik zal een zeer uitdagende fysieke workout moeten volbrengen en als mijn lijf er de brui aan wil geven moet mijn wilskracht het overnemen. Ik zal bravery games doen, ik zal trappen en stoten uitdelen, ik zal weerstand ervaren.
Ik zal een deel van de cellen vanbinnen zien. De troosteloosheid van de nauwelijks passende gordijntjes. Het gevoel van niet naar buiten kunnen kijken. De benauwdheid, de boodschappen en kreten die nog op de prikborden gekrabbeld staan, hier en daar plaatjes van blote vrouwen, ondefinieerbare sporen van druppels langs de muren. De ouderdom de goorheid.
Wat. Een. Dag.

Kick-ass superdag

Aan het einde van de dag heeft onze dealer Nadia haar drugs nog, ondanks de aanwezigheid van de speurhondjes. Ben ik moe en energiek tegelijk. Staat mijn ‘awareness’ helemaal aan. Laat ik nog een keer mijn ogen langs de wanden van de Koepel glijden, ga ik nog een laatste keer alle cellen langs, zuig ik als een spons de indrukken van dit gebouw in me op.

Dank Martijn, dank Suus. Dank team Helena. Dank voor de dag waarvoor mijn brein ‘Opslaan Als’ doet en de file ‘kick-ass superdag’ noemt.

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 37 jaar oud en moeder van Teddy (6jr.) en James (3jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Dagelijks schrijf ik met liefde mijn vingertoppen schraal, want dat vind ik een van de allerleukste en fijnste dingen om te doen. Ik ben een geluksvogel dat ik, als tekstschrijver, van mijn hobby mijn werk heb kunnen maken. Strijken vind ik stom, en koken een uitdaging. En mijn grote liefde, dat is Krav Maga.

Charlotte is auteur van het boek ‘Zwanger, The True Story’. Haar nieuwste boek ‘Supermama’s, The True Story’ ligt sinds kort in de winkel! Charlotte werkt sinds kort als kidsinstructeur bij Trainingscentrum Helena.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons